Ga naar kvdorestad home

Geschiedenis KVD deel 2
Start Omhoog Contact


Start
Omhoog

Twintig jaar KV Dorestad – deel 2

Door: Hans Liefhebber

 In deze tweede aflevering vertel ik wat over de periode 1995-1998. In 1995 stond het water in de uiterwaarden zo hoog dat de kano’s uit de stalling verwijderd moesten worden, om ze tegen beschadiging te beschermen. Peter van der Spek en Paul Jalving moesten hiervoor de sloten doorzagen, omdat vele clubleden “vergeten waren” een sleuteltje van hun hangslot in het clubgebouw te hangen. Paul Jalving, die op een schip vlak bij het clubgebouw woonde heeft de club vele malen een goede dienst kunnen bewijzen, omdat hij als een van de eersten in de gaten had dat er iets niet in de haak was bij het clubgebouw. Verder was Paul een vaste leverancier van gedichten overwaterplezier voor het Clubblad. De gastank die de kachels in het clubgebouw voedde moest, eveneens vanwege het hoge water, omhoog gebracht worden.

 Ondertussen was het conflict over de gewenste gang van zaken in de vereniging ook op bestuursniveau beland. Een commissie van drie bood haar diensten aan, bestaande uit Amy van den Bercken, Nelleke Hordijk en Hans Liefhebber. Tijdens vele avonden werd geprobeerd om de meningsverschillen binnen het bestuur, die een klassiek Hollands karakter droegen, van “de rekkelijken tegenover de preciezen”, te overbruggen. Uiteindelijk resulteerde dit conflict in het vertrek van enkele actieve leden. Deze exercitie had echter ook een positief gevolg.

Er was tijdens de gesprekken een beleidsplan 1995-1998 geschreven. Met dit beleidsplan in de hand kreeg het nieuwe bestuur onder leiding van Reinier Radstok (vader van een jeugdlid) de wind in de rug om de vereniging op een meer professionele wijze te besturen. Reinier Radstok wist de commissies belangrijker te maken zodat er meer leden actief werden. De familie Radstok runt nu het restaurant Dorestad in de binnenstad van Wijk en steunt onze vereniging met een advertentie in het Clubblad. Uit een uitvoerig levensteken van Wiek Huys in het clubblad blijkt dat hij deze periode ver van “ons strijdgewoel”  in Bosnië doorbracht, waar een heel andere strijd woedde.

Ondanks de verenigingsperikelen blijkt dat er in 1995 veel gevaren is.  Ook toen al werd een tocht gevaren op de Reeuwijkse plassen, georganiseerd door “de Goudse peddel” en organiseerde Peter van der Spek een kanokampeertocht op de Randmeren met de jeugd. In 1996 blijkt het water van de Nederrijn zo schoon te zijn dat er honderden paaiende vissen in het ondiepe gedeelte van de zijarmen van de rivier door clubleden worden gesignaleerd.

Piet van Mierlo wordt in 1996 steeds actiever rond het clubgebouw en voor het Clubblad. Er komen van zijn hand instructies in het Clubblad over het lopen op het tegelpad en het weggooien van afval in de prullenbakken. Nou dat heeft Piet dan toch maar mooi voor elkaar gekregen! Om te verbergen dat een groot deel van de stukjes die hij voor het Clubblad schreef van zijn hand was, tekent hij met steeds wisselende namen. Ik noteer alleen al in de jaargang 1997: PB; Brombeer, Piet Brombeer, P. Brombeer enz. Nou jullie begrijpen dat wij helemaal niet in de gaten hadden wie achter deze pseudoniemen school! Natuurlijk was ook toen al Piet de inspirator van het vlag hijsen bij de Club. De nieuwe penningmeester, Ineke Brouwer, maakte op zijn verzoek een grote vlag in de Wijkse kleuren met een vikinghelm en twee peddels erop. Met kerst 1997 worden onder leiding van het bloemisten-echtpaar Melia en Gerrit Koopman  kerststukjes gemaakt. Deze traditie zal jarenlang worden voortgezet  en dit heeft de club veel extra inkomsten opgeleverd.

Najaar 1997 doen clubleden mee met de IJsselralley. Ook een traditie die jarenlang zal worden voortgezet. De beheerscommissie onder de deskundige leiding van Henk van de Haar heeft ondertussen haar handen vol aan het leefbaar houden van het clubgebouw. Het (platte) dak blijkt te lekken en de nieuwe eigenaar van de steenfabriek, dhr Quaadgras, blijkt niet van zins daar wat aan te doen. Ook toen al was onze club voor het beheer van het clubgebouw vooral afhankelijk van clubleden die de handen uit de mouwen wilden steken en over voldoende deskundigheid beschikten om de nodige reparaties te verrichten. “