|

| |
Op
19 maart gingen we met Piet, Peter, Matthijs, Hans L, Sjoerd, Tom en ikzelf te
water bij de Gravenbol om door te varen tot de pont bij Beusichem. Daar, in
restaurant ’t Veerhuys, wachtte ons een heerlijke pannenkoek die met smaak werd
verorberd. Ook de vrouw van Sjoerd, Riet, kwam gezellig meesmullen. Tom vond de
pannenkoek een beetje te klein voor zijn grote honger en bestelde er nog maar
één.
Het
weer was subliem! Stralende zon en weinig wind, zodat de meesten van ons al snel
klaagden dat het te warm was. Menige jas ging uit en mutsen af. Rustig was het
ook op het water, behalve dat de boot van Rijkswaterstaat tot twee keer toe
langs kwam en voor heerlijke golven zorgde. Voor Tom was dit allemaal vrij
nieuw, maar hij genoot met volle teugen van het spel met de golven.
Veel,
zeer veel watervogels waren er te zien en te horen. Het voorjaar klonk overal om
ons heen. Zeer verrast waren we door het zien van jonge Nijlgansjes, nog
piepklein, die toch al volleerde zwemmers waren en ons ontweken door een flink
stuk onder water te zwemmen om op onverwachte plekken weer boven te komen. Er
was wel een dom gansje bij, want hij luisterde niet naar zijn ouders en ging
steeds verder weg van hen. We hopen dat ze elkaar weer gevonden hebben.
Verder is jullie misschien bekend dat Peter nogal eens
last heeft van de uitwerpselen van de vele trouwe viervoeters die ons land rijk
is. Ligt er ergens wat, dan weet Peter het te vinden en stapt er middenin. Tot
grote hilariteit van ons en grote ergernis van hem. Toch is mij vandaag gebleken
dat dat niet geheel aan hemzelf te wijten valt. Hij trekt het nl gewoon aan, als
een magneet een stuk ijzer. Echt waar! Zelfs midden op de rivier weet het hem te
vinden!
Wij voeren rustig naast elkaar toen we om ons heen
plotseling geplons hoorden, gevolgd door een luide schreeuw van Peter. Het leek
wel een bombardement! Nog net zagen we een groepje ganzen wegvliegen die, als
op commando, alle tien gelijktijdig hun overbodige ballast hadden laten vallen.
Het meeste was gelukkig mis, vandaar het geplons, maar één was toch raak, en
ja hoor, je snapt het al……. Arme Peter!
Terug bij het clubhuis wachtte Leonoor, die bardienst had,
ons op. Met elkaar hebben we nog een poos nagepraat op ons heerlijke terras, tot
de zon ons verliet en we huiswaarts gingen.

Anita
|